
De Stolperstein van kapelaan Hubertus A.M. Mol
AlgemeenREGIO - Dit jaar is het 80 jaar geleden dat West-Brabant werd bevrijd. Voor velen was daarmee de oorlog voorbij. Maar niet voor iedereen. Er zijn vele families die slachtoffers te betreuren hebben. Door vervolging, deportaties en moord verdwenen veel Joodse inwoners, Roma en Sinti, mensen met een homoseksuele geaardheid en verzetsmensen uit de steden en dorpen. Slechts enkelen keerden, soms gehandicapt en/of mentaal beschadigd door geweld, terug.
Herdenken
Tijdens de meidagen van 1940 en de bevrijding in 1944 werden jongeren, volwassenen en bejaarden uit het leven gerukt. Naast burgerslachtoffers waren er ook militairen die sneuvelden of in gevangenschap omkwamen, in Nederland of daarbuiten. De komende edities zullen wij in deze krant enkele individuele slachtoffers uit de regio in beeld brengen, herdenkingsbijeenkomsten bezoeken en daarvan verslag doen. Opdat zij niet vergeten worden!
Een Stolperstein als startpunt
Hubertus Antonius Marie Mol (roepnaam Hubert) wordt op 6 mei 1914 geboren in Roosendaal. Hij is de zoon van koperslager Henricus Mol en echtgenote Maria Roovers. Vader Mol was in Roosendaal eigenaar van een winkel in loodgietersmaterialen.
Hubert is al jong actief met het geloof. Hij gaat als dertienjarige naar het Instituut St. Louis in Oudenbosch en een jaar later naar het klein-seminarie Ypelaar in Breda. Hij volgt daarna aan het grootseminarie Bovendonk in Hoeven een diakenopleiding. Hij wordt gewijd tot subdiaken en diaken. Op 25 mei 1940 wordt hij door de Bredase bisschop Hopmans tot priester gewijd. Op 29 november 1940 wordt hij benoemd tot kapelaan van de Quirinus-parochie in Halsteren.
Verzet
Kapelaan Mol is in Halsteren zeer betrokken bij de door de Duitsers verboden RK-jeugdbeweging “Jonge Wacht”. Hij richt een mondharmonica-club op, zonder deze club aan te melden bij de verplichte Kultuurkamer. Hij bezit ook een niet bij de bezetter aangemeld en niet ingeleverd radiotoestel en luistert naar Radio Oranje, ook al een door de Duitsers verboden activiteit. Hij helpt onderduikers en steunt het verzet. Op 7 oktober 1942 wordt de kapelaan gearresteerd, verraden door een plaatselijke NSB-er. Via Breda en Utrecht wordt hij naar Den Haag getransporteerd. Door het Duitse gerechtshof in Den Haag wordt hij veroordeeld tot een gevangenisstraf en vervolgens gedeporteerd naar de Zentral Gefängnis in Bochum (D). Begin april 1943 wordt hij ondergebracht in een met prikkeldraad omgeven barak achter het Ledigenheim, pension voor tewerkgestelde vrijgezelle mannen, aan de Welperstrasse 49 te Hattingen (D). Dit pension blijkt anno 2024 een driesterren hotel te zijn!
Dwangarbeid
Hubert Mol wordt als dwangarbeider tewerkgesteld in de Henrichshütte, een “kriegswichtig” hoogovencomplex te Hattingen. Hij verricht bouwwerkzaamheden onder toezicht van de firma Max Holland uit Bochum-Weitmar. Al na een week, op 13 april 1943, overlijdt hij. Hij is dan 28 jaar oud.
Als de Duitse overheid bemerkt dat Hubert Mol een priesterachtergrond heeft, wordt hij begraven op de RK begraafplaats van de Petrus en Paulus parochie te Hattingen. Zijn ouders krijgen de rekening van de begrafenis toegestuurd met de mededeling dat hun zoon door een longaandoening is overleden. Alleen na betaling van de rekening worden de weinige eigendommen aan de familie overgedragen.
Vermoord
In 1951 worden zijn stoffelijke resten vanuit Hattingen naar Roosendaal overgebracht en volgt een herbegrafenis. Op 28 april 1981 wordt hij nogmaals herbegraven. Hij rust nu op het Nationaal Ereveld Loenen (gemeente Apeldoorn) in graf B325. Pas in 1990 wordt de familie geinformeerd over het feit dat hij geen natuurlijke dood is gestorven maar is vermoord, door middel van een nekschot.
Halsteren
Kapelaan Mol is niet in de vergetelheid geraakt. In Halsteren is een straat naar hem vernoemd. Er is een boek over zijn leven geschreven onder de titel ‘Kapelaan Hubertus Mol, een kapelaan in oorlogstijd’.
Er zijn meerdere gedenkstenen met zijn naam. Voor zijn geboortehuis aan de Molenstraat 44 te Roosendaal ligt een stolperstein. Sedert 13.4.2015 is in Halsteren op het kerkplein een gedenksteen aangebracht. In Hattingen (D), op de plaats waar destijds de barak was gesitueerd waar hij maar kort verbleef, is zijn naam ook terug te vinden. Zijn naam is opgenomen in de erelijst Brabantse gesneuvelden en komt ook voor op het oorlogsmonument voor de Sint Martinuskerk aan de Dorpsstraat 20 in Halsteren en het Provinciaal Gedenkteken “De Brabantse Soldaat” te Waalre.
In de Erelijst gevallenen van de 2e Kamer der Staten Generaal te ‘s-Gravenhage staat zijn naam op blz 996. Hier kan bij zijn naam virtueel een bloemetje worden gelegd.
Kaarsje
Heeft u als lezer behoefte om voor hem virtueel een kaarsje op te steken? Bezoek dan de website www.brabantsegesneuvelden.nl . Vul zijn naam in en onderaan de tekst bij zijn naam staat een kaarsje dat kan worden aangeklikt.
Deze tekst is geschreven op basis van meerdere bronnen: Een overzicht van Stolpersteine in Roosendaal, de website Brabantse Gesneuvelden, Wikipedia en een artikel in de lokale krant van Hattingen (D).
(De foto is verkregen via de Nederlandse oorlogsgravenstichting).









