Inwoners van Huijbergen in oorlogstijd.
Inwoners van Huijbergen in oorlogstijd. Foto: AB

Terugblik op bevrijding van Huijbergen

Algemeen

HUIJBERGEN - Het is oktober 1944. Vanuit België naderen de geallieerde bevrijders de grens met Nederland. Er vallen granaten in het dorp Huijbergen. De destijds 11-jarige Ad van Bavel-Van den Keijbus herinnert zich de binnenkomst in haar ouderlijke boerderij nog goed van veertien leden van de familie van Mechelen. Ad: “Zij waren het dorp Huijbergen ontvlucht omdat hun woning tegenover de kerk stond. De kerktoren was in gebruik als uitkijktoren voor Duitse troepen. Een gevaarlijke locatie dus. Vandaar dat deze familie naar onze veilig(er) gelegen boerderij De Grenshoeve, aan de Staartsestraat buiten het dorp, trok.”

Een veiliger onderdak

Ad vervolgt: “De familie van Mechelen (Melanie, Maria, Jos, moeder van Mechelen, tante Julia en nonkel François) werd vergezeld door de huurders van hun café (de jonge weduwe Leen Uijtdewilligen en haar kinderen Joke (2), Nico (enkele maanden oud)) en de boerderijhulp Janus Adriaanse en inwonende hulp Tonna Jacobs. Ook een medewerker van het gemeentehuis (Harry Meeus met echtgenote en baby (woonachtig in Bergen op Zoom)) zocht bij ons een veilig onderdak. Samen met mijn vader en moeder en vier van mijn vijf zussen schuilden er in totaal 21 personen in onze kelder (groot 18m2).”

Er wordt op de eerste dag van de beschietingen nog geslapen op een dikke laag stro in de stal. De koeien staan namelijk nog buiten in de wei. Maar als de beschietingen in de nacht heviger worden, vlucht iedereen alsnog de kelder in. De volgende dag worden ook de koeien binnengehaald. Als de schuilende bezoekers overdag hun huis even gaan opzoeken om kleding op te halen, worden ze onaangenaam verrast. 

Ad: “Er was ingebroken, persoonlijke spullen waren verdwenen en het varken van Uijtdewilligen was in het varkenshok gedood en afgevoerd.” Een dag later zijn de woningen van deze twee schuilende families afgebrand.
Ad herinnert zich nog goed dat vervolgens Duitse soldaten hun boerderij benutten als uitvalsbasis. De boerenschuur is een parkeerplaats voor drie legervoertuigen. Achter de schuur werden drie luchtdoelkanonnen ingegraven. Tijdens hun patrouilles lopen de Duitse militairen, bewapend met een of twee anti-tankgranaten (Ad: “geel kleurig en zeker een meter groot!”), naar de bossen van de Grote Meer want de Canadezen zaten al bij Putte. Een veilige plek bleek de boerderij dus niet te zijn.


Het werk ging door

Ad: “Het vee op stal moest nu worden gevoerd en de koeien natuurlijk gewoon gemolken. Ook het brood bakken in onze oven ging gewoon door. Er moest trouwens ook, gelukkig dicht bij de boerderij, tussen de regenbuien en beschietingen door groenvoer worden verzameld van een veld “op het steenbos”. De Duitse soldaten lieten ons verder met rust. Een Duitse boerenzoon hielp zelfs om het paard in te spannen om het groen met de kar te kunnen vervoeren.”

De Duitse militairen waren beperkt voorzien van voedingsmiddelen. Ze haalden overal eten vandaan (bijvoorbeeld twee varkens die ze dan bij ons in de keet slachtten. Boter kochten ze bij “De Vijverhoeve”, een naburige boerderij. Voor 10 gulden per kilo! Als het gewicht niet had geklopt, waren ze zeker verhaal gaan halen. In totaal verbleven de schuilende families drie weken in de overvolle kelder. Overdag werden de twee baby’s in de kinderwagen geplaatst. Na een bombardement en ruitschade lagen de baby’s tussen het glas. Gelukkig beiden ongedeerd! De familie Meeus is daarna vertrokken. Na enkele dagen met beschietingen kwamen twee broers van mevrouw Uijtdewilligen te voet hun zus en haar kinderen ophalen. Ze hadden in het dorp gehoord dat ze bij ons schuilden vanwege het oorlogsgeweld. Ze vertrokken via de Kalmthoutsehoek naar café Planken Wambuis in Nispen. 

Ad: “M’n moeder zei nog, toen ze vertrokken: ‘We zitten midden in het front. Als de beschietingen stoppen moet je lopen tot ginder aan de wei waar je niet verder kunt. Dan moet je linksaf. Daar is een sloot waar je in kunt liggen als het nodig is.’ Met de twee kinderen en de kinderwagen vertrokken ze. Toen waren we nog met vijftien vluchtelingen.”

Schade en doden

Ad: “Toen onze schuur werd getroffen door granaten werden de drie legervoertuigen getroffen. Een daarvan was helemaal kapot. De andere voertuigen werden verplaatst naar Jef van Opdorp, een naburige boerderij. Een niet ontplofte granaat was door het graan geslagen en met zijn kop in het zand blijven steken. Er was een pijp van 15 centimeter doorsnee van de nok van de schuur tot op de grond”. Onze hond Nero (een kwaaie bouvier) is tijdens een beschieting in zijn ren ernstig gewond geraakt. Een Duitse soldaat heeft hem vervolgens gedood. Als hij in zijn hok was gebleven, zou Nero ongedeerd zijn gebleven.”

Een Duitse leidinggevende, die bij onze naaste buurman oom Sjaak de beste kamer van het huis bewoonde, werd door een Engels vliegtuig doodgeschoten toen hij met een verrekijker stond te kijken. Een 16-17 jarige Duitse soldaat kwam vervolgens huilend om witte verf vragen om diens naam op het kruis van een veldgraf te plaatsen.”


Een enorme dreun

De bevrijders wilden de Duitse militairen uit de boerderij van de familie Van den Keijbus verdrijven en beschoten de boerderij. In de derde week werd vanuit de Kalmthoutse Heide de gevel geraakt met tankgeschut. 

Ad: “Toen de boerderij werd geraakt schudde en dreunde het hele huis. Een deel van de gevelmuur was weggeslagen. Als de inslag twee meter lager was geweest, was onze kelder geraakt. Ik zat altijd links in de hoek van de kelder op een stoel. Ik was zo bang dat ik tegen de muur omhoog kroop. Dat vergeet je nooit meer! Gelukkig was niemand gewond. Zeker ook dankzij de zandzakken die m’n vader voor het kelderraam had gelegd. We hadden geluk gehad! Maria van Mechelen was daarna zo van de kaart dat zij na de bevrijding naar een verpleeghuis in Etten-Leur werd gebracht.”

 Ad: “Toen de boerderij werd geraakt schudde en dreunde het hele huis”


Overgave met witte vlag

Ad: “Op een bepaald moment kwam m’n vader binnen.” Hij zei: “Niet naar buiten gaan en niet door het raam naar buiten kijken.” 

Ad vervolgt haar verhaal: “Een hele lange rij met takken gecamoufleerde Duitse soldaten liep, komend uit het bos, over ons erf tussen het huis en de schuur. Plots vertrokken ook de Duitse militairen uit onze boerderij. Ze vroegen om burgerkleding maar mijn vader durfde die niet te geven. Bij de boerderij van Kees Hoeckx hebben ze zich overgegeven. Die sprak Engels en was met een witte vlag naar buiten gelopen. Even later verschenen al geallieerde tanks. Via de weg en het karrepad reden ze door de velden naar de grenspaal bij Ooms en via Hoeckx naar Kalmthoutse Hoek. Wij liepen naar de tanks toe (geen idee van mijnen in de Staartsestraat!) en kregen chocolade en sigaretten uitgedeeld.”


Bevrijd

Ad: “Later die week werden Canadese militairen in onze boerderij en schuur ingekwartierd. Als ik met mijn vader tijdens zijn dagelijkse rondje meeliep, kreeg ik een emaillen mok met typisch Engelse thee (met melk en suiker). Tot op de dag van vandaag drink ik vaak nog thee op deze wijze!
Vlak na de bevrijding kwamen er vijf Engelse soldaten in een tentje aan de Staartsestraat te staan. Met afweergeschut schoten zij op vliegtuigen en V1’s. Zij kwamen vaak in huis om zich op te warmen aan de plattebuiskachel. Van twee ken ik de naam nog: Johnnie Breedden en Alex Bigham. Met enkele van de soldaten hebben we nog lang schriftelijk contact gehad.”

Ouderlijke boerderij De Grenshoeve als ingelijst geborduurd handwerk.