
Voedselbank weer innamepunt rijker
AlgemeenREGIO - Door de Protestantse Gemeente Roosendaal (PGR) is, in de Kruiskerk aan het St. Lucasplein, een innamepunt geopend voor voedselproducten ten behoeve van de West-Brabantse Stichting Voedselbank “Goed Ontmoet”. De Roosendaalse wethouder Sociaal Domein (René van Ginderen) overhandigde tijdens de officiële opening van het innamepunt aan de voorzitter van de voedselbank een door hem en zijn echtgenote gevulde tas met voedingsmiddelen. Van Ginderen sprak lovende woorden over dit initiatief en was vol lof over de “Vrienden van de Voedselbank” en de veertien kerkelijke vrijwilligers die zich belangeloos inzetten bij de inzameling van de goed gevulde tassen en de verdere distributie.
De Krant interviewde Ton Ringersma, voorzitter van de voedselbank West-Brabant en Hans van de Hoek, betrokken namens de PGR (Kruiskerk). Ton vertelde eerst iets over de ontstaansgeschiedenis van de voedselbank. Ton: “Zo’n 25 jaar geleden is in Rotterdam de eerste voedselbank opgericht. Achtergrond was de constatering dat destijds veel voedsel werd vernietigd terwijl er noodlijdende mensen waren die het goed konden gebruiken. Inmiddels zijn er in heel Nederland voedselbanken actief. In West-Brabant beschikt de voedselbank over uitgiftepunten in de gemeenten Roosendaal, Halderberge, Steenbergen, Bergen op Zoom, Tholen en Woensdrecht.”
Doelgroep voedselbank
In West-Brabant wonen ruim 250.000 mensen. Daarvan behoort 3.5% (8.750 mensen) tot de doelgroep die een beroep kunnen doen op de voedselbank. In de dagelijkse praktijk maakt helaas van deze groep slechts ongeveer 13% (bestaande uit 500 gezinnen met in totaal 1250 mensen) wekelijks gebruik van de voedselbank. 87% maakt er dus nog geen gebruik van! Degenen die wel gebruikmaken van de voedselbank voldoen aan de heldere landelijke criteria (zie website voedselbank) die de voedselbank hanteert voor deze tijdelijke hulp.
Instroom en uitstroom
In de praktijk blijkt dat mensen onbekend zijn met de voedselbank of zich schamen voor hun benarde financiële situatie. Ton: “Veel mensen kunnen zich niet voorstellen hoe je in deze situatie terecht kunt komen. Maar dat overkomt mensen met lage inkomens (ouderen met alleen AOW, fulltime en parttime werkenden in de laagste salarisschalen) en mensen met midden en hogere inkomens (ZZP’ers die geen of onvoldoende opdrachten hebben). Maar ook mensen met hoge schulden en psychische problemen. Ook de groep met een drank-, drugs- en gokverslaving en mensen die door een echtscheiding in de problemen zijn geraakt (partner weg, woning kwijt, werkeloos) komen vroeg of laat hulp zoeken bij de voedselbank. Veelal wachten deze mensen veel te lang voordat zij bij ons aankloppen. Zo’n 40-50% van de mensen die door de voedselbank worden geholpen, stromen na een jaar weer uit deze voorziening omdat ze (met hulp van anderen) weer op eigen benen kunnen staan. Zij houden, na aftrek van vaste lasten, dan weer voldoende geld over voor primaire levensbehoeften, zoals gezond eten & drinken en persoonlijke verzorgingsproducten. Slechts 10% van degenen die gebruikmaken van de voedselbank blijft langer dan 3 jaar daarvan gebruikmaken. Vaak is dat omdat zij hun inkomenspositie zelf niet meer kunnen verbeteren. Denk daarbij aan ouderen met een nul-pensioen (alleen AOW). Meerdere vrijwilligers bij de voedselbank zijn eerder bij ons klant geweest. Zij kennen dat onterechte gevoel van schaamte en zetten zich vervolgens in om anderen te helpen.”
Is de armoedeproblematiek nu groter dan jaren geleden? Ton: “Het gaat met golven. Twee jaar geleden zagen we bij de voedselbank een vraagstijging van + 30%. Inmiddels is er na een daling weer een ietwat stijgende lijn merkbaar.”
Goed initiatief
Hoe kijkt de voorzitter van de voedselbank aan tegen het initiatief van de Protestantse gemeente in Roosendaal? Ton: “Heel positief. Vanuit deze kerkelijke gemeente worden al jaren meerdere keren per jaar gratis gezondheids- en hygiëneproducten (zoals tandpasta, wasmiddelen, handzeep) en foodproducten ingezameld en uitgedeeld aan mensen in Roosendaal die dit hard nodig hebben. Vanaf vandaag gaan ze wekelijks foodproducten innemen. De voedselbank gaat dat, via haar uitgiftepunt (in Roosendaal is dat de Pius X school in de wijk Kalsdonk) weer gratis uitdelen.” Even later poseert Ton (duim omhoog!) te midden van de stralende vrijwilligers van de Lukaskerk achter de kratten met ingezamelde voedselproducten (zie foto).
Krap aanbod
Is er voldoende aanbod van voedingsmiddelen? Ton: “Het is krap. Dat heeft meerdere oorzaken. Allereerst ervaren wij aan de aanbodzijde dat supermarkten steeds efficiënter bestellen en dus minder derfproducten hebben die geschikt zijn voor de voedselbank. Daarnaast wordt er steeds meer vraaggestuurd geproduceerd door voedselproducenten (boeren, tuinders en voedselverwerkers). Wij krijgen gelukkig nog wel regelmatig leveringen van fabrikanten en distributiecentra die overtollige producten aan ons schenken. Op jaarbasis is dat zo’n 800.000 kg. Dat is soms vanwege kleine fouten in het proces (stickers fout, te veel geproduceerd, restpartijen etc.). Met deze leveringen zijn wij heel blij. Het aanbod van sommige producten (zoals zuivel, kaas en eieren) is structureel laag. Dat betekent dat we niet elke week alle klanten van de voedselbank een volwaardig assortiment kunnen aanbieden. Het doel is echter wel om jaarrond een goede en gezonde mix van voedingsmiddelen uit te delen. Maar ook wij worden met enige regelmaat door bedrijven, instellingen en organisaties geholpen. Ik denk natuurlijk allereerst aan onze leveranciers maar ook aan de Lions Clubs die elk jaar weer heel veel DE-punten inzamelt. Dat levert ons dan een pallet met pakken DE-koffie op. Of bedrijven die ons praktisch ondersteunen.”
Zijn er weken dat er een overaanbod is? Ton: ”Ja, in de zomer zijn er groenten en fruit in overvloed. Rond de kerstdagen piekt juist het aanbod van luxere producten en de inhoud van geschonken kerstpakketten. Datzelfde is het geval na Koningsdag of WK voetbal als alle overtollige oranje producten bij ons magazijn binnen komen.”
Vele vrijwilligers
Hoeveel vrijwilligers werken voor de voedselbank West-Brabant? Ton vertelt verder: “Dat zijn er rond de honderdvijftig. Er zijn acht uitgifte-teams met elk twaalf/dertien vrijwilligers. Twaalf chauffeurs zorgen met twee vrachtauto’s en een busje voor de transporten van de leveranciers naar het centrale magazijn en vandaar naar de uitgiftepunten in West-Brabant. Er zijn meerdere mensen betrokken bij de planning en magazijnorganisatie, bij de verwerving van donaties en natuurlijk is er iemand die toezicht houdt op voedselveiligheid conform NVWA-normen. De hele organisatie wordt aangestuurd door vier bestuursleden. Iedereen werkt onbetaald, ook voor de producten wordt niet betaald.
Soort marktplaats
Hoe krijgen klanten van de voedselbank hun voeding uitgereikt? Ton: “Elke week is er een vast dagdeel dat je langs kan komen. Dan loop je op een soort marktplaats, met afdelingen zoals brood en banket, kruidenierswaren, vis en vlees, zuivel, groenten en fruit, et cetera. Je mag zelf een keuze maken welke producten (vers, blik, glas) je uit de kratten wil hebben. De een heeft een voorkeur voor halal; de ander voor vega of anderszins. De vrijwilligers weten al snel waar iemands voorkeur naar uitgaat. De gemiddelde productwaarde varieert tussen vijftig en zeventig euro.”
Doorverwijzen
Helpen jullie ook op een andere wijze? Ton: “Jazeker. Onze intake-functionarissen luisteren naar het verhaal van onze klanten. Specialisten met financiële kennis van zaken adviseren hen hoe en door welke instantie ze verder geholpen kunnen worden. We verwijzen dus door. We werken samen met andere organisaties zoals Jarige Job, het Armoede Fonds en Stichting Leergeld
Voorkomen
Laatste vraag: wat zou u lezers willen adviseren om niet bij de voedselbank te hoeven belanden? Ton: “Steek je kop niet in het zand. Laat de brieven van schuldeisers of elektronische meldingen over onbetaalde rekeningen niet ongeopend. Trek aan de bel; bij familie, bij je leidinggevende, een goede vriend, desnoods bij je buren. Je wordt dan echt wel verder geholpen. Want voorkomen is uiteindelijk beter dan genezen.”














