
Stadsdichter Ivo Weterings speelt met taal
AlgemeenWOUW - Ook de zesde stadsdichter is bij bijzondere evenementen in de gemeente Roosendaal een graag geziene gast(spreker). Maar wie is eigenlijk de stadsdichter? De Krant zocht Ivo Weterings in Wouw op en leerde zo de stadsdichter en zijn gedichten beter kennen, én waarderen!
Hoe ben je ooit met dichten begonnen? Ivo: “Het is begonnen met een lieve juf op de basisschool die onze klas gedichten liet schrijven over De winter. Het was een goed gedicht (vond ik) maar het gedicht mee naar huis nemen mocht niet van haar. Zij corrigeerde zelfs (onterecht!) het woord wak in wrak. Een stukje frustratie hierover is mij dus bijgebleven. Tijdens mijn middelbare schooltijd waren er poëzielessen. Mijn dichtvaardigheden werden daar verder ontwikkeld en gestimuleerd. Een belangrijke en door mij nog altijd gewaardeerde stimulator is jongerenpastor Claude Covemaeker geweest. Hij leidde destijds de jongerenvieringen van de levensschool in de Roosendaalse wijk Langdonk waaraan ik deelnam. Rond mijn 25e ben ik gestopt met dichten. Het laatste gedicht uit die tijd bezit ik nog. Het dichten is toen lang beperkt gebleven tot Sinterklaasgedichten en bijvoorbeeld het gedicht ter gelegenheid van de geboorte van mijn dochters. In 2014 ben ik opnieuw begonnen met dichten. De ervaring met het machinaal afwassen van mijn oude “Brintabord” was een bijzondere metafoor voor de goedbedoelde zorg van mensen die soms geen verlichting maar leed veroorzaakt. Ik heb met dat gedicht destijds een prijs gewonnen.”
Wat is je dagelijks werk? Ivo: “Ik ben onderwijzer op de openbare basisschool De Baayaert in Wouw.”
Sinds wanneer ben je stadsdichter van Roosendaal? Ivo: “Ik ben in maart 2024 gestart als stadsdichter van Roosendaal (en de dorpen). Ik was daarvoor al lid van het dichterscollectief De Ganzenveer dat de voormalige stadsdichter Eric van Deelen (2017-2020) had opgericht. In 2017 had ik al een debuutbundel met de titel “Dood de tijd” in eigen beheer uitgegeven. Aanleiding daarvoor was het 1e lustrum van Hospice Roosdonck. Nadien werd ik benaderd voor de functie van Roosendaalse stadsdichter maar dat kwam voor mij wat te vroeg. Gelukkig was er in 2020 ook een vrouwelijke dichter (Babette van Rijt-de Wijs) in beeld. In 2024 heb ik haar opgevolgd. Ik heb nu al 25 stadsgedichten geschreven waarvan enkele als taakstelling en een groot gedeelte op verzoek van de gemeente, organisaties, stichtingen en verenigingen.”
Is de functie stadsdichter een erebaan? Ivo: “Ja, als een eervolle functie zou ik het stadsdichterschap zeker willen betitelen.” Het is een officiële gemeentelijke benoeming voor de duur van drie jaar op basis van een nominatie van meerdere kandidaat-stadsdichters en een selectieproces door de voormalige stadsdichters. Een benoeming ook met verplichtingen zoals het jaarlijks schrijven van minimaal zes gedichten voor de gemeente. Natuurlijk is de stadsdichter aanwezig bij enkele bijzondere herdenkingsbijeenkomsten zoals de nationale dodenherdenking op 4 mei en het bombardement van Roosendaal op 31 mei. Ook tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van de gemeente draagt de stadsdichter jaarlijks een nieuw gedicht voor. Ik volg door het jaar heen daarom de actualiteit die ik op enig moment verwerk in een gedicht.”
Hoe bouw je je gedicht op? Verzamel je informatie voor een “stadsgedicht”? Ivo: Ik oriënteer mij op de doelgroep die mijn gedicht gaat aanhoren of lezen. Voor mij is een gedicht pas geslaagd als het betekenis heeft voor de doelgroep. Ik hanteer geen vaste vorm, maak gebruik van terloopse rijm, binnenrijm, eindrijm of geen rijm. Het ritme in het gedicht moet voor mij als voorlezer goed zijn en een goede metafoor kan extra diepte geven. In mijn laatste gedicht voor de recente gemeentelijke nieuwjaarsbijeenkomst heb ik bewust alle dorpen genoemd. Dat is ook opgemerkt, hoorde ik achteraf.”
Wat is voor jou je meest geslaagde stadsgedicht? Ivo: “Het gedicht over het kunstwerk Fortuin in het Vrouwenhof. Maar er is nog het nodige in de pijplijn. Lees bijvoorbeeld over enkele weken mijn gedicht in de aankomende Kwakkelkraant of de Roosendaalse cultuurnota 25-35. Op mijn facebookpagina altijd ook nog terug te lezen!”
Zijn of worden je gedichten gepubliceerd voor het grote publiek? Ivo: “Jazeker. Naast ‘Dood de tijd’ heb ik de publicaties ‘Beekdalwandelingen’ en ‘Perseïden’ uitgebracht. Recent heb ik, in samenwerking met fotograaf Richard Tummers, ‘Verlangen naar verte. Foto’s, Haiku’s, Tanka’s.’ gepubliceerd. Deze in boekvorm verschenen 24 gedichten van A t/m Z zijn trouwens nog te koop.”
Afsluitend: Wat zou je de lezer willen vragen of zeggen? Ivo: “Ik zou de lezers willen oproepen om mij een berichtje te sturen als er zich een dichtwaardige activiteit voordoet. Ik ben benaderbaar via stadsdichterroosendaal@gmail.com maar ook via de facebookpagina van de stadsdichter Roosendaal.”

