Woning met kapsalon Burgerhoutsestraat.
Woning met kapsalon Burgerhoutsestraat.

Hoe het bevrijdingsjaar 1945 werd beleefd

TOLBERG - ROOSENDAAL - Bij toeval komen we meerdere Roosendaalse dames, waaronder de negentigjarige Lena en de achtentachtigjarige Riet, tegen in het Tolbergse buurtcentrum “De Bergspil”. We vertellen dat De Krant regio Wouw e.o. de komende maanden verhalen publiceert van mensen die het bevrijdingsjaar 1945 hebben meegemaakt. Aanvankelijk geven ze (uit bescheidenheid!) aan niet veel te kunnen vertellen. Als we beide dames interviewen, blijkt dat ze nog veel bijzondere herinneringen hebben. Welke? Lees verder.

Riet woonde destijds in de Burgerhoutsestraat 5. Haar ouders runden een dames & heren kapsalon, “Maison Figaro”. Het gezin met vader, moeder, broer en Riet woonde in een zogenaamd herenhuis met meerdere etages. Riet: “Maar we waren niet rijk hoor!” Zij vervolgt: “Mijn vader knipte niet alleen mannen maar was ook grimeur en pruikenmaker voor de Roosendaalse revue.” Vanwege het grote huis was er destijds verplichte inwoning. Bij hen was dat de Friese familie De Jong; vader, moeder en de kinderen Onno en Plonie. Die hadden twee slaapkamers in gebruik. 


Rantsoen

Na de bevrijding van Roosendaal werden er bij Riet’s ouders tien Engelse militairen ingekwartierd. De traplopers werden door Riet’s vader van de trappen naar de 1e etage en de zolder gehaald; want, zegt Riet, “de Engelsen liepen zo met hun modderlaarzen het huis in.” Dankzij de Engelsen had de familie voldoende te eten. De militairen deelden namelijk hun rantsoen, waaronder wit brood, condensmelk, corned beef en chocola met de familie. Tijdens de avonduren zat iedereen gezellig in een kring 


rond de petroleumkachel. Moeder verzorgde de kookwas voor de inwonende militairen. De houten krullen voor de stook werden bij Van Dorst opgehaald. 


Ongedeerd

Dan komt het poëziealbum van Riet ter sprake. Riet: “De Engelse stadscommandant van Roosendaal heeft er een tekst ingeschreven (zie foto). Vanwege zijn functie en rang staat zijn naam er niet bij. Riet: “Dat mocht niet.” Zij herinnert zich nog goed de klap van een neerkomende V1 op de Kortendijk. Riet: “Het glas vloog uit de sponning van het raam in de box waar Onno de Jong lag. Mijn moeder gilde maar Onno bleef ongedeerd!”. 


Smokkelen

De bevrijdingsfeesten in mei 1945 herinneren beide dames nog heel goed. Versierde praalwagens, overal oranje, dansende mensen en volop muziek in tenten op het Red Band sportpark. 

Als laatste onderwerp komt nog even het smokkelen voorbij. Riet: “Ik was nogal slank en in het Belgische Essen rolde mijn moeder een hele laag badhanddoeken om mij heen. In de bus van Essen naar Roosendaal moet de douane dat gezien hebben.” Lachend: “Maar ze hebben ons nooit opgepakt.” Wat wel werd afgenomen was de motor van haar vader, die de gehele oorlog onder de vloer van de kapsalon voor de Duitsers verborgen was gehouden. Toen Roosendaal bevrijd was, haalde haar vader de motor uit de schuilplaats. Die werd vervolgens alsnog gevorderd door de bevrijders.


In de rij

Lena woonde buiten de bebouwde kom, “Op ‘t Oude Kalsdonk”, zoals ze dat noemt. Haar vader werkte als laadmeester bij de spoorwegen. Lena groeide op in een gezin van vijf kinderen. Vanuit hun woning, gelegen nabij de splitsing van het spoortraject richting Rotterdam en Breda, keken ze uit op het slachthuis. “Ik heb veel in de rij gestaan”, zegt Lena. “Mijn moeder zei dan: Neem maar mee wat er is. Zo maakte mijn moeder van een veel te grote nachtpon een leuke jurk voor mij. Ik was de oudste dus mijn kleding ging naar mijn zusje.”

Zij herinnert zich de maanden van eind 1944 en het jaar 1945 nog goed. Haar vader was gedurende de oorlogsjaren altijd in bezit geweest van een goed verstopt radiotoestel. De familie heeft tijdens de oorlogsjaren ook altijd voldoende te eten gehad. Voor vlees konden zij terecht bij het slachthuis. Met een nummertje en geld in de hand moest je dat daar ophalen. 


Gaarkeuken

Elke vrijdag werd er vis gekocht bij de visafslag in het centrum van Roosendaal, nu restaurant “De Moriaan”. Lena: “Dat varieerde van krukkels tot scharrekes, botjes, Hollandse garnalen maar ook stokvis.” Melk werd met de fiets opgehaald bij een boer en in kruikjes vervoerd. Er werd veel geruild. Zo kwam het gezin ook aan hammetjes. Brood bakte Riet’s vader zelf. De tarwe werd na de oogst van het land geraapt. "Heerlijk", hoor ik Riet zeggen. De grote moestuin was natuurlijk de leverancier van verse groenten. Lena: “Op sommige dagen werd er tweemaal boerenkool stamppot gegeten. Maar zonder worst!” Ook stonden er aardappelpannenkoeken op het menu. Bij de gaarkeuken van het spoor werd soep afgenomen. 

De gefokte konijnen en kippen verdwenen rond de kerstdagen in de pan. Het slachten deden ze trouwens niet zelf. Lena denkt nog weleens terug aan een toenmalig vriendinnetje, een boerendochter. Lena mocht daar penen dunnen en aansluitend lekker mee-eten met het boerengezin. Zult en droge worst herinneren haar aan die bijzondere tijd.


Warmte en kleding

Lena’s vader nam vanaf het spoor kolen en bielzen mee naar huis. Zij toont, al pratend, hoe de zware biels op de schouder van haar vader rust. De blokken werden op maat gezaagd voor de plattebuiskachel. Lena: “Dan zat je lekker met je voeten op de warme trommel.” Haar moeder was handig, “we moesten met weinig veel doen!”, maar liet het vermaakwerk van kleding over aan een kennis. Ondergoed van volwassenen werd verknipt zodat het als kinderondergoed kon worden gedragen. De Singer naaimachine is ook benut voor het maken van een jurk van parachutestof. Lena: “Ik was daar dolgelukkig mee!"


Angst

Beiden hebben ook angstige momenten beleefd. Op school, de tijdelijke school in het centrum en de Jozefschool, werden de luiken bij luchtalarm gesloten en moest je onder je tafeltje kruipen. Liep je buiten, dan werd je door vreemden hun huis ingetrokken. Beiden zijn een half jaar niet naar school gegaan maar daarna toch niet blijven zitten. 

De angst voor bombardementen was met name groot na het mislukte bombardement op het stationscomplex van Roosendaal. De afgebrande woningen en de verwoeste melkfabriek "Het Anker” maar ook de afgebrande fotozaak Rembrandt en de vele dode Roosendalers zijn nooit uit het geheugen van Lena en Riet gewist. Net zoals dat bij veel oudere lezers van De Krant het geval zal zijn!






Dennis Fellows Wolverhampton Engeland.
Kapperszaak familie Vreugde.
Gedicht Engelse commandant poëziealbum.
Gedicht geschreven door de Engelse Commandant  in Roosendaal
Woning aan Burgerhoutsestraat.