
Geef ons heden ons dagelijks ...
AlgemeenROOSENDAAL - REGIO - Het is zomers warm. Als we langs café Tivoli in Nispen rijden is het gezellig druk op het terras. De enige nog vrije zitplaats staat in de volle zon. Als Frans en Corrie ons op een van de schaduwrijke banken zien zitten, vragen ze of zij er bij mogen komen zitten. Geen probleem! Even later genieten we van een biertje en raken met elkaar in gesprek. De gepensioneerde Frans blijkt zijn hele leven het bakkersvak te hebben beoefend. Tot mijn verbazing blijkt hij nog een oud bakkershandboek in bezit te hebben. Is dit het boek uit 1895? Enkele dagen later zijn we bij hen te gast in de Roosendaalse wijk Westrand. Het bakkershandboek blijkt een editie uit 1942 te zijn. We spreken over het bakkersvak, de vele bakkers die Roosendaal en de dorpen vroeger rijk was en de vele veranderingen die Frans en elke bakker de laatste decennia heeft meegemaakt. Er komen meerdere boekwerken op tafel. Het is de start van onderstaand bakkersverhaal!
Brood maakt nog altijd (als basisvoedsel) deel uit van het dagelijks menu tijdens ontbijt en lunch. Tot ver in de jaren zestig was brood voor families van agrarische werknemers en boeren echter onderdeel van de avondmaaltijd aangezien er tussen de middag “warm” (aardappels, groenten en vlees) werd gegeten. Er werd vroeger sowieso veel brood gegeten. Oud brood werd (gedroogd) hergebruikt als paneermeel. Een tweede toepassing was het bakken van wentelteefjes. Oud brood ging niet snel verloren; de kippen en het huisvarken waren er namelijk ook blij mee.
De bakoven
Bakkers stookten aanvankelijk hun broodoven met takkenbossen (mustert) en turf. Dat lag droog opgeslagen op het terrein achter de bakkerij. Rond 1900 werden stoommachines bij z.g.n. stoombakkerijen ingezet. Tijdens WO1 en WO2 werd ook met stro gestookt. In de naoorlogse jaren werd er steeds meer gestookt op olie en gas. Tegenwoordig zijn de ovens veelal elektrisch gestookt. Bekende bakkersovens zijn de schiet-oven en de rotatie-oven.
Het bakkersvak
Een bakker en zijn bakkersknecht waren vroeger (maar ook nu nog) nachtwerkers. Zes dagen in de week wordt er zwaar werk verricht. Hoezo zwaar? Denk dan aan het sjouwen en tillen van zakken bloem (50 kg), water dragen voor het zetten van het deeg, broodblikken invetten en diverse schoonmaakwerkzaamheden. Maar wat te denken van de hoge temperaturen (+ 40 graden) op de werkplek (zomer- en wintermaanden!). En van het hoge individuele werktempo waardoor er tijdens de werkzaamheden snel werd gegeten. En van de lange werkdagen (22.00 - 08.00 uur) en werkweken (werken op zaterdag was/is onderdeel van het vak).
In vroeger jaren kwam daar nog brood rondbrengen (voor 12.00 uur!) bij. Hoe? Met een broodmand op de bakkersfiets of met een zware bakfiets. Een bakker is dus eigenlijk een ongeziene topsporter! Maar ook een kunstenaar als je denkt aan bijzondere (kunst)vaardigheden zoals modelleren in marsepein, ambachtelijke bonbons, patisserie (kunstwerken van fijn gebak zoals petit fours, macarons, eclairs etc.), confiserie, suiker sierwerk, (bruids)taarten en entremets (vanouds een Frans tussengerecht van biscuitgebak met mousse als rustmoment tussen voor- en hoofdgerecht).
Extra piekproducties en werkdruk voorafgaande aan bijzondere dagen. Iedereen herkent dit beeld wel. Als consumenten iets te vieren hebben (geboorten, verjaardagen, jubilea, kerkelijke feestdagen, et cetera) wordt er flink ingekocht. De bakker is een van de leveranciers van feestelijk eten tijdens communiedagen (communie mandjes), Pasen (kruidkoek, paaseieren en -eitjes, paasbrood en -haasjes), Koningsdag (Oranje tompouce, oranje taartjes), Sinterklaas (kruidkoek, marsepeinen- en chocoladefiguren, taai-taai, speculaas), Kerstdagen (aangeklede taarten, kerst gebak) en bijzondere festiviteiten zoals jaarmarkten, WK/EK voetbal (oranje gebak). Het gezegde “Zien eten doet eten” geldt zeker voor bakkerijproducten. De etalage van de bakkerswinkel krijgt rond deze dagen daarom extra aandacht.
Gezegden rond brood en banket
Als je je verdiept in de vele gezegden rond brood en banket(bakkers) dan valt pas op dat de (plaatselijke) bakker een belangrijke plaats inneemt in het dagelijks leven van de consument. En dat realiseer je je pas als de bakker zijn winkel heeft gesloten! Gezegden rond brood maken duidelijk dat brood meer is dan voedsel. Het is ook het symbool van werk, welvaart, onderlinge relaties en zelfs karakter. Hieronder enkele gezegden (soms algemeen bekend, soms verrassend onbekend):
Het is voor de bakker, handen in de schoot geeft geen brood, de bakker nept maar de mulder (molenaar) schept, ik zie er geen brood in, het levert geen droog brood op, een mens leeft niet van brood alleen, de honden lusten er geen brood van, bij gebrek aan brood is de schaamte dood, overal wordt brood gebakken, als warme broodjes over de toonbank gaan, wiens brood men eet diens woord men spreekt, je de kaas niet van het brood laten eten/nemen, er moet brood op de plank komen, je brood verdienen, voor iemand het brood uit de mond sparen, zijn brood is goed gebakken, van brood alleen kan een mens niet leven, zoete broodjes bakken, hij/zij zit op water en brood, iemand op zijn brood geven, de een zijn brood is de ander zijn dood, dat is broodnodig, een koekje van eigen deeg (red.: rond 1900 was het heel gewoon dat mensen van eigen meel deeg maakten en door een bakker brood, beschuit of koekjes lieten bakken).
Speciale broden
In ons collectieve geheugen zijn sommige bakkerijproducten blijven hangen. Ik denk dan aan afgeprijsd brood, busbrood, het kleffe platte regeringsbrood (door de gemalen groene erwten die werden toegevoegd) en Zweeds wittebrood tijdens de hongerwinter 1944-1945 (red.: de in maart 1945 uitgevoerde voedselactie m.b.v. Zweedse Rode Kruis die boter en bloem ter beschikking stelde. Aangevoerd via haven van Delfzijl en gebakken door Nederlandse bakkers volgens recept van de Zweedse hulptroepen). Vooral ouderen zullen onderstaande gelegenheids-broodproducten herkennen: geboortebrood, bruiloftsbrood, overlijdensbrood, zoete koek, brood in speculaasvorm, brood popjes bij de geboorte (Steenbergse Beatrixjes) et cetera.
Heeft u nog bijzondere herinneringen aan uw bakker? Laat het de redactie van De Krant weten (bel 0164-682286 of mail: redactieregiowouw@minervepers.nl
Brood tijdens de Tweede Wereldoorlog
Tijdens de oorlogsjaren brachten boeren achtergehouden tarwe, suiker op de bon en boter naar de plaatselijke bakker. Die maakten daar koekjes van. Buurtbakkers, broodbakkers en banketbakkers vervulden in de oorlogsjaren een belangrijke maar moeilijke rol in de voedselketen.
Kan iedereen bakker worden?
Iedereen kan bakker worden, maar je moet fysiek en psychisch best wel stevig in je schoenen staan. En theoretisch en praktisch op te leiden zijn. Denk dan aan het behalen van het Vakdiploma (warenkennis) en het Middenstandsdiploma (wetskennis, verkoopkunde).
Bekende producten
Bekende bakkerijproducten in Roosendaal en de omliggende dorpen. Wij benaderden oudere inwoners en hoorden: tarwebrood, roggebrood, boekweit brood, pistolets, kadetjes, krenten- en rozijnenbrood met de boon, worstenbrood, paasmannekens, Sint Hubertusbrood (bijgenaamd Huibkens), vloer- en busbrood, suikerbrood, Vastenrakelingen, Duvekaters en Nieuwjaarskoeken.
Specialiteiten
Bijzondere bakkersspecialiteiten zijn onder meer Roosendaalse moppen (met honing), peperkoek en peperbollen. Ook gehoord: Speculaasplanken werden door bakkersknechten zelf gesneden of door plankensnijders (beroeps!). Speculaasmachines werkten met vervangbare rolpatronen. In Roosendaal kregen vrijers en vrijsters vroeger rond St. Nicolaas speculaaspoppen (met krenten, rozijnen en amandelen).
Vroeger en nu gevestigde bakkers
In het verspreidingsgebied van De Krant waren vroeger vele bakkers en zijn er nu nog diverse van over, verdwenen of overgenomen. Traditioneel waren de bakkers in Roosendaal gevestigd op Markt, Kade, Molenstraat en Achterstraat. Hieronder de (voormalige en huidige) bakkers die wij hebben kunnen vinden:
Eerste Roosendaalsche broodfabriek (van bakker Kees en Alois Dekkers), Hoek Nispensestraat-Torenstraat, Bakkerij Stallen, Bakker Van Zundert, Gastelseweg 113, Bakker Deijkers, Markt 27, Bakker Vermunt, Brugstraat 78, Bakker Geertje Verbocht, Kortendijk(sestraat) 8, Bakker Edelbloed, Bredaseweg 194, Bakker Bakkers, Hoogstraat 71 of 73, Bakker Lemmens, Hoogstraat 90, Bakker Knappers, Kalsdonksestraat 69, Bakker van Weezel, Voorstraat, nu in de St. Josephstraat, Bakker Sep en Sloekers, Boulevard 71, Bakker Augustijn, Molenstraat 21 (ambachtelijke banketbakker sinds 1839 toen Johannes Augustijn vanuit Dinteloord in de Molenstraat zijn zaak opstartte), Bakker Ribbens, Kalsdonksestraat 37, De bakker op de Kade - voorheen bakker Pieter Nagelkerke Sr, Kade 35, Bakker van Hoek, Brugstraat 64, Bakkerij Van den Bemd, Bloemenmarkt 13, Bakkerij A. Dudok, Raadhuisstraat 127, vroeger bakker Mol, Luxe broodfabriek St. Joseph/Heijnen’s bakkerijen, Burgerhoutsestraat 107, hoek St. Josephstraat, De Rooij bakkerijen, Pres. Kennedylaan 94 + Tolbergcentrum, Bakkerij Pieter Joosen, St. Josephstraat 1, voorheen bakker Heijnen, Brood en banketbakkerij Roland Van Oers, Dijkcentrum 16B, Brood en banketbakkerij G. Croonen, Hulsdonksestraat 48, vroeger Bakker Groffen, (nu Bakker Saar), Bakker Machielse, Hulsdonksestraat 1, Bakker Bennaars, Wouwseweg, Bakker C. Heijnen, Bergsestraat 37, Luxe bakkerij Ton van Hees, bakker Suykerbuyk, Dorpsstraat 64, Horendonk: Het Bakkershuizeke, Welberg: bakker Van Broekhoven, Rijdende bakker (kraam), Cafe “De Bakker” was vroeger “De Bakker” van Moerstraten, Moerstraatseweg 94, bakker Spek en De Jong (beiden gestopt), bakker van Thillo, bakker Van Bedaf, patisserie Damoiseaus, van Tichel broodboetiek, bakker Demeds, bakkerij Tobac. Bijzonderheid: in België zijn broodautomaten heel normaal in het straatbeeld.
Het Bakkerijmuseum
“De Bakkersmolen” in Wildert-Essen is op zaterdag en zondag van 08.00 tot 16.00 uur gratis te bezoeken. Oh ja, ook voor kinderen geschikt. Ze hebben daar een terras met kleine speeltuin.

















