Voorwerp op de kubus in juni.
Voorwerp op de kubus in juni.

Het voorwerp op de kubus was een molentje of ‘meulenairke’

Algemeen

Het voorwerp dat vorige maand op de kubus lag was een stik speelgoed dat in Wouw een ‘meulenairke’ werd genoemd en door mensen die geen dialect spraken ‘molentje’. Het werd vaak zelf gemaakt.

Het was niet meer dan een molentje (propellertje) dat met een spijkertje, op de kop, aan een geribbeld stokje was bevestigd. Door er met een ander stokje hard over die ribbels heen en weer te strijken (ruisen) ontstond er een trilling die het molentje liet draaien.

De naam ‘Meulenaireke’ zal het speelgoed beslist meegekregen hebben door het molentje voor aan het stokje. Maar ook de kartelingen op het stokje deden denken aan de witte driehoekige vlakken op de flanken van een meikever. Die meikever werd hier ‘meulenair’ genoemd. 

In de schemering werd dit insect actief. De naam zou afgeleid zijn van de vele fijne lichte haartjes die over zijn gehele lijf voor kwamen. Dat stond dan weer in relatie met de witte bepoederde kleding van een echte molenaar.

Het was, in die tijd, meer een strijd om wie de béste meulenair kon maken, dan om wie hem het langst en het hardst kon laten draaien, want daar was de lol snel van af. 

Er was een bepaalde handigheid voor nodig om die vele kartelingen op het stokje aan te brengen. Dat gebeurde veelal met een figuurzaag maar een handige jongen kreeg het voor elkaar met een gewoon zakmes. Door het molentje mooi te versieren ontstonden tijdens het draaien verrassende mooie figuurtjes.

Op schilderijen van Pieter Breugel de Oude staan vaak spelletjes en spreekwoorden afgebeeld. Een daarvan is: met molentjes lopen. Deze was bedoeld om aan te geven dat iemand niet helemaal goed bij zijn of haar hoofd was. Op z’n Wouws gezegd ’die is niet goed snik’!

Vroeger werden meikevers ook vaak door jongens, gevangen in beukenhagen of op eikenbomen. Dat was niet zo heel moeilijk je schudde maar eens goed aan de boom en met bosjes vielen ze op de grond. De jongens stopten ze in het schuifje van een luciferdoosje en namen ze mee in hun broekzak. Het ‘gegriefel’ van de meikever in zijn houten klankkastje heeft in veel stille klaslokalen voor veel hilariteit gezorgd. 

In het luciferdoosje waren tevoren luchtgaatjes geprikt en werd het huisdiertje goed verzorgd en met verse bladblaadjes gevoed. Om te voorkomen dat hij weg zou vliegen, bond men een garendraadje om een van zijn pootjes. Als vermaak zette kinderen de meikever, tegen de avond, op zijn doosje en lieten hem rond vliegen. Doordat hij vast zat, was hij gedoemd, net als de molenwieken van een molen, om alleen maar rondjes te draaien. Wij zongen er dan nog een liedje bij: Meulenaireke telt oew geld en gao nog eens vliegen. Anders komen de dieven. De dieven stelen al oew geld. Meulenaire telde oew geld’.

Ja dat was een heel andere tijd dan nu! Gee stikstof en dier/natuurvoorschriften. Toen keek men daar niet van op. Toen waren er nog geen lego of games. Toen moest je voor je eigen vertier en vermaak je eigen speelgoed verzinnen en maken. Toen was je nog trots op een tol, een knikker of een eigen gemaakt molentje dat je op een mysterieuze manier kon laten draaien.

We kregen verschillende oplossingen binnen van een kerfstok tot een muziekinstrument, maar de juiste oplossing was er niet bij.

Op de kubus bij de VVV in Wouw hebben we inmiddels een nieuw voorwerp gelegd. Oplossingen kunnen (gratis) ingezonden worden door een briefje in te vullen in de VVV-winkel in de Bergsestraat 1 in Wouw of via de mail martel6@hetnet.nl.

Voorwerp mei: een molentje of ‘meulenairke’.