Straatzijde Melkfabriek De Hoop in Huijbergen.
Straatzijde Melkfabriek De Hoop in Huijbergen. Foto: Aart van Bockel

Historie van de melkfabriek in Huijbergen

Algemeen

HUIJBERGEN - In deze en de volgende editie van De Krant regio Wouw besteden we ruim aandacht aan de historie van de melkfabriek in het dorp Huijbergen. Hierbij het eerste deel.

Rond 1906 verkarnen de Huijbergse veehouders hun melk nog jaarrond op de boerderij. Met name in de zomermaanden is dat een precair proces. Ouderen kennen waarschijnlijk nog wel de hondsdagen (20 juli tot 20 augustus) waarbij melk door de warme weersomstandigheden snel kan verzuren. De Huijbergse boeren worden daarom door de heer M. Dries, eigenaar van de zuivelfabriek in Ossendrecht, benaderd om hun melk fabrieksmatig in Ossendrecht tot boter te laten verwerken. Tussen 1906 en 1908 leveren zo steeds meer melkveehouders uit Huijbergen en omgeving hun melk in Ossendrecht af. In die tijd is de transportcapaciteit echter een probleem, zijn de wegen slecht en is de verwerkingscapaciteit in Ossendrecht beperkt. Vandaar dat in 1908 door de heer Dries in Huijbergen een ontromingsstation (een gebouwtje met, door een stoommachine aangedreven centrifuge) wordt opgericht. De melk wordt nu in Huijbergen ontroomd en in Ossendrecht verder verwerkt. De ontroomde melk (ondermelk geheten) wordt door de boeren benut om hun vee (waaronder varkens) te voeren.


Oprichting Coöperatie

De uitbetaalprijs van de geleverde room blijft tot 1913 achter bij de verwachtingen. De Huijbergse melkveeboeren nemen daarom de melkinrichting over en voegen een tweedehands karn en tweedehands boterkneder toe aan de installatie. Zo wordt nu ook in Huijbergen, weliswaar op een primitieve wijze, boter gemaakt. 

Op 30 maart 1914 wordt de overname/aankoop van het terrein, gebouw en inventaris notarieel vastgelegd en gaat de Coöperatieve botermelkinrichting “De Hoop”(met negen leden!) officieel van start.


Leden

De oprichters in 1914 waren: P.M. Nelen, P. van Aert, C. van Aert, Wed. P. Wezenbeek, Wed. v.d. Bergh, A. Nelen, C. van Oevelen, G. Kerstens en Adr. van de Keybus. Zij worden door de toenmalige pastoor J. Snijders op geestelijk gebied geadviseerd. 

Directeur “van de boterfabriek” is dan de heer Alphons J. Nelen (tevens stoker, machinist, melkontvanger, botermaker en administrateur!). Hij zal meer dan 42 jaar aan “De Hoop” verbonden blijven.


Kerkelijke invloed

In vroeger jaren is warm weer, door het ontbreken van mechanische koeling, een probleem voor een optimale fabrieksmatige verwerking van aangevoerde melk. Elke dag wordt er gemolken. Dagelijks moet de melk dus ook, zo snel als mogelijk, worden verwerkt. 

In 1903 zijn, vanuit de RK-kerk, voorschriften uitgevaardigd ‘hoe om te gaan met fabrieksarbeid op zondag en kerkelijke feestdagen’, zoals Pasen, Allerheiligen en Kerstmis. 

In 1914 werd monseigneur Leijten, bisschop van Breda, door de Huijbergse pastoor per brief benaderd met het verzoek om dispensatie te verlenen. Waarvoor? Om op een beperkt aantal zondagen (van mei tot en met september) en enkele kerkelijke feestdagen melk te mogen aanvoeren en te verwerken in de boterfabriek. 

Op zondag wordt de rest van het jaar dus wel gemolken, maar geen melk voor verdere verwerking aangevoerd! Deze melk wordt op de boerderij bewaard in de zogenaamde melkput. Dit veroorzaakt met enige regelmaat onbruikbare zure melk. 

In 1915 wordt aan Bisschop Hopmans verzocht ook voor de overige maanden van het jaar dispensatie te verlenen. Waarom? Om ontroomde melk ook af te kunnen voeren naar de melkfabriek “Het Anker” in Roosendaal, ter verdere verwerking tot melkpoeder. 

Bisschop Hopmans verleent, naar aanleiding van dit verzoek, echter alleen dispensatie voor Kerstmis 1915 en Nieuwjaarsdag 1916 met de mededeling “dat voor het jaar 1916 wellicht een algemene regeling zal worden getroffen”.

Melkmis

In latere jaren wordt het “Melkmisje” een bekend fenomeen. Medewerkers van de melkfabriek en melkrijders gaan vanaf Pasen elke zondag om 05.30 uur naar de mis om aan hun kerkelijke verplichtingen te voldoen alvorens hun werk op te starten.

Boterbriefje

In Huijbergen komen de Paters Kapucijnen, uit het klooster Rilland Bath, met regelmaat op bezoek bij de melkfabriek om hun “boterbriefje” in te wisselen tegen kluiten verse boter. Het boterbriefje is een aflaatbrief die bewijst dat een “aflaat” is verleend. Het boterbriefje is ook een ontheffingsbewijs om in de vastentijd producten zoals boter, kaas, eieren en vlees te gebruiken.


Ontwikkeling van de coöperatie 

In het 1e productiejaar (1914-1915) wordt 400.000 kg melk verwerkt tot boter. Zonder rijksbotermerk is de waarde van de geproduceerde boter echter laag. In 1916 wordt al 1.000.000 kg melk verwerkt (met name van leveranciers-niet-leden). Dankzij het toegekende rijksbotermerk is de uitbetaalprijs beduidend beter. 

In 1917 wordt in Hoogerheide een (concurrerende) particuliere zuivelfabriek opgestart. Meerdere melkveehouders uit Hoogerheide en Huijbergen stappen over naar deze fabriek. 

Het jaar 1918 was een goed jaar voor de jonge coöperatie “De Hoop” doordat men lid wordt van de Brabantse Zuivelbond en Nederlandse Zuivelverkoopcentrale. Tevens blijkt de voorlichting en inzet van de rijks zuivelconsulent (de heer Tonkes Struijk) effectief. Het ledental groeit tot 35. 

De sluiting van de zuivelfabriek in Hoogerheide in 1922 heeft ook een positief effect op de verwerkte hoeveelheid melk. De export van melk naar België wordt in 1922 overwogen maar de eigen behoefte aan ondermelk op de boerderij was zo groot dat dit niet doorgaat.

Het hoofdproduct blijft boter

Helaas van matige kwaliteit doordat het boter waswater toen nog niet ‘ontijzerd’ was. Het restant ondermelk wordt, met paard en wagen,  vervoerd naar “Het Anker” in Roosendaal en daar nog verkocht voor 3.5 cent per liter. In 1926 wordt een nieuwe en grotere stoomketel aangekocht. In 1928 wordt een Norton Bron geboord, tientallen meters diep, en een ontijzering-apparaat geplaatst.
In 1932 wordt besloten om pap te gaan produceren. Als in 1938 en 1939 de crisis voorbij is, ontwikkelt de fabriek zich weer in positieve zin. Er wordt nagedacht over nieuwe investeringen. De oorlogsjaren 1940-1945 verhinderden deze ontwikkeling. Er is gebrek aan kolen en hulpstoffen. Op de verplichte melkstandaardisatie was de melkinrichting niet ingericht. Toch worden al in 1943 plannen gemaakt voor nieuwbouw en vernieuwing van het bedrijfsproces.

Pas in 1948 wordt van de weduwe J. Goris de naburige grond van haar tijdens de oorlog afgebrande café “De Congo” gekocht. In 1949 start de nieuwbouw op deze locatie. In 1957 wordt de anno 2023 nog altijd zichtbaar maar grotendeels begroeide schoorsteen nieuw gebouwd omdat de oude schoorsteen niet geschikt is voor de grotere stoomketel.


Melkroutes

De aanvoer van melk wordt verzorgd door melkrijders die voor de duur van 1 jaar op een route inschrijven. De routebenamingen zeggen de lezers waarschijnlijk genoeg: Vleet, Plantage, Noordhoef, Overberg, Schoelieberg en De Wolf. Een bekende melkrijder was Ties Belder. Hij is recent overleden dus kon hij niet meer worden geïnterviewd. Een andere bekende melkrijder was Toon de Ridder, met name vanwege zijn trekdieren: twee muilezels.


Medewerkers

Gedurende vele jaren waren zes tot acht medewerkers fulltime in de fabriek werkzaam. Meerdere namen van medewerkers worden genoemd als we over “De Hoop” spreken met mensen in Huijbergen. Piet van Eekelen, Frans Raaijmakers, Sjef Hellemons, Corrie Hectors en de heer Broosus. Ook de naam van directeur Jos van den Elshout mag niet onvermeld blijven.


Vergaderonderwerpen 

De leden vergaderen met enige regelmaat over allerhande onderwerpen. Denk dan aan “de aanlevering van zure melk (die moet terug naar de boerderij)”, “de Zuidelijke Export Vereniging wil boter naar kwaliteitsniveau gaan betalen” en “melkrijders die bij herhaling te laat bij de fabriek aanleveren krijgen een boete”. Maar ook loonsverlagingen van medewerkers en directie staan in de crisisjaren op de agenda.

Lees verder op de volgende pagina.


Zilveren jubileum

“De Hoop” viert op woensdag 12 april 1939 haar 25-jarig bestaan met een feestvergadering “voor de leden of een der mannelijke huisgenoten” en op donderdag 13 april 1939 “voor de vrouwen der leden of een der vrouwelijke huisgenoten”. Het bestuur, de commissie van toezicht en de directie tijdens dit zilveren jubileumjaar worden gevormd door achternamen die ook in deze tijd niet onbekend in de oren klinken: P.M. Nelen, Fr. van de Keybus, P. van Aert, F. Poppe, C. Ooms, A. van Aert Hzn, J.J. Simons, A.J. Nelen en geestelijk adviseur C. Machielse.


Feestprogramma

De festiviteiten starten op 12 april 1939 om 07.00 uur met een gezongen mis “voor het welzijn der leden” met de algemene heilige communie. Om 14.00 uur werd iedereen geacht aanwezig te zijn in de Mariabouw waar de voorzitter de feestvergadering opent waarna de ondervoorzitter twee zilveren jubilarissen (P.M. Nelen en P. van Aert) huldigt. De directeur verzorgt een historisch overzicht en de secretaris van de Brabantse zuivelbond vervolgt met een feestrede. Nadat de aanwezige leden hun gelukwensen hebben overgebracht, volgt rond 16.30 uur een koffietafel. De meisjesvereniging treedt op met toneel en zang, waarna om 19.00 uur de harmonie St. Cecilia een serenade verzorgt. Om 20.00 uur start een filmvoorstelling van de Zuivel Propaganda Kern. De meisjesvereniging sluit haar programma en ook de feestelijke bijeenkomst vervolgens af. Het damesprogramma de volgende dag is nagenoeg identiek maar zonder huldiging en dus iets korter. De feestrede wordt door de Rijks Zuivelconsulent uit Breda verzorgd.


Melkproductie 1914-1938

In 1914 wordt 407.810 kg melk aangevoerd met een gemiddeld vetgehalte van 2.96% en totaal aan de leden uitbetaald bedrag van f 17.028,18. In 1938 is dit 2.358.777 kg melk met een gemiddeld vetpercentage van 3.31% en een aan de leden uitbetaald bedrag van f 110.066,53. Wat opvalt: in het naoorlogse jaar 1919 wordt de hoogste gemiddelde melkprijs uitbetaald. Een bijzonder detail: de leden en melkleveranciers krijgen 80% van de ondermelk gratis geleverd zodat de middenprijzen eigenlijk hoger zijn dan berekend.


In consumptie gebrachte melkproducten

Kwaliteitsboter: Tussen 1929 en 1938 wordt door de Brabantse Zuivelbond elk jaar aan de boter een diploma uitgereikt. In 1930 wordt op de Internationale Tentoonstelling te Antwerpen een Gouden Medaille behaald. In 1931 wordt in Brussel een diploma van Eere Kruis behaald. De uitmuntende kwaliteit van de boter levert meermalen een premie op van de Coöperatieve Zuivelexport Vereniging.


Overige producten: Losse gestandaardiseerde melk, Karnemelk (fles en los), Karnemelkse pap (fles en los), Havermoutse pap (fles), Yoghurt (½ liter fles), Vla, Room, Ondermelk (tijdens de oorlogsjaren 1941-1945), Chocolade melk (½ liter en ¼ liter), Gesteriliseerde melk (in fles), Gepasteuriseerde melk (liter en ½ liter fles) en Gesteriliseerde melk (liter en ½ liter fles).
De naoorlogse jaren van Melkfabriek “De Hoop” te Huijbergen (deel 2) volgt in de september-editie van deze krant.

Schoorsteen melkfabriek Huijbergen.
Achterzijde melkfabriek De Hoop in Huijbergen.