Weerkaart van Europa met fronten.
Weerkaart van Europa met fronten.

Meteo-Hoek: Weerkaarten lezen

Algemeen

Na een uitleg over drukgebieden en isobaren in de vorige rubrieken, gaan we nu in op de symbolen op een weerkaart, met aandacht voor fronten. Een front is het grensvlak tussen twee luchtmassa’s met verschillende eigenschappen, zoals druk, temperatuur, luchtvochtigheid en windrichting. Wanneer deze luchtmassa’s met uiteenlopende kenmerken samenkomen, leidt dit tot veranderingen in het weer. De soorten fronten zijn: kou-, warmte-, occlusie- en stationair front.

Het koufront: ontstaat wanneer een koude luchtmassa een warme luchtmassa inhaalt en verdringt. Op weerkaarten wordt een koufront aangegeven met een lijn met driehoekjes die tevens de bewegingsrichting van het front aangeven. Veranderingen bij een koufront zijn een daling van de temperatuur, een verandering in windrichting, een toename van windsterkte, neerslag en bewolking.

Het warmtefront: is het grensvlak waar een warmere luchtmassa over een koudere luchtmassa schuift. De warme lucht stijgt, koelt af en condenseert. Er ontstaat bewolking waaruit langdurig regen kan vallen. De temperatuur stijgt, de windrichting verandert en voert warme lucht aan.

Het Occlusiefront: treedt op wanneer een snel bewegend koufront een langzaam bewegend warmtefront inhaalt en samensmelt. Dit fenomeen gaat vaak gepaard met neerslag en veroorzaakt veranderingen in windrichting en -snelheid, evenals opheffing van luchtmassa waardoor bewolking ontstaat. Occlusiefronten kunnen leiden tot weersituaties met instabiel weer, zoals zware neerslag, wind en turbulentie.

Het Stationair front:: “Stationair” betekent dat dit type front relatief stilstaat en niet snel beweegt. Het ontstaat wanneer een koufront en een warmtefront samenkomen maar geen van beide fronten elkaar kunnen verdringen.

Op de kaart worden de fronten weergegeven met de richting waar het gebiedt heentrekt. Bij de fronten ontstane weersverandering zijn geel gekleurd. Bij de hogedrukgebieden (H) is rustig weer en bij lagedrukgebieden (L) onrustig weer kenmerkend. In de isobaren ziet u de luchtdruk. Bij een hogedrukgebied is te zien dat de stroming rechtsom is en bij het lagedrukgebied linksom.

Symbool warmtefront
Symbool stationair front
Symbool occlusiefront
Symbool koudefront