Afbeelding

Brabantse dialecten in opmars

Algemeen

In allerlei opzichten zijn de laatste jaren de Brabantse dialecten in opmars. Met name de taalwetenschappers beseffen steeds meer het grote belang van de dialecten. De grote rijkdom aan klanken, woorden en uitdrukkingen zal door het Standaardnederlands nooit kunnen worden geëvenaard. Het Standaardnederlands is overigens zelf ook ontstaan vanuit een aantal dialecten. Op een gegeven moment zijn er hierover afspraken gemaakt en zo kwam het Standaardnederlands tot stand. 

Nog steeds zijn er mensen die het hebben over het ABN, de afkorting voor Algemeen Beschaafd Nederlands. Dat is wel een erg discriminerende benaming. Dat zou namelijk betekenen, dat alleen het Standaardnederlands beschaafd is en dat alle dialecten onbeschaafd zijn. Daar klopt natuurlijk niks van. Je kunt je zeer onbeschaafd bedienen van het Standaardnederlands, terwijl je heel beschaafde dingen kunt zeggen of schrijven (of zingen) in je eigen dialect. Dialect is niet minderwaardig, integendeel. Voor veel mensen is hun dialect nog steeds de taal waarmee ze zijn opgevoed, hun moedertaal. Niet voor niets heet deze rubriek ‘Moedertaol-praot’. Lange tijd werden de dialecten niet alleen beschouwd als minderwaardig, maar er werd ook gedacht dat dialectsprekers minder intelligent waren, minder opleidingsniveau hadden en dus ook minder kans hadden op een mooie, goedbetaalde baan.

Boertjes

Wat de zuidelijke provincies betreft, en met name Noord-Brabant, bestond er lange tijd een minderwaardigheidsgevoel tegenover ‘Holland’. Inwoners van Noord-Brabant waren ‘die boertjes’. Leuk om op toneel een dom typetje neer te zetten, maar zeker niet gelijkwaardig aan de ‘Hollander’. 

Het zal nog lang duren voordat dit vooroordeel volledig is uitgeroeid. Het is nog steeds gemeengoed om de naam ‘Holland’ te gebruiken wanneer men ‘Nederland’ bedoelt. De Lidl verkoopt Hollandse spruitjes, Hollandse sla en Hollandse komkommers. Ik vraag me af waar die groenten vandaan komen, waar ze zijn geteeld. 

In deze periode van het WK Voetbal zijn er natuurlijk allerlei bedrijven die daarop inspelen. Het van oorsprong Noord-Brabantse bedrijf Jumbo Supermarkten bijvoorbeeld gaf aan de Noord-Brabantse artiest Snollebollekes (Rob Kemps) opdracht om een pakkende reclameclip te maken. En waar kwam hij mee? Met ‘Holland komt eraan”. Gelukkig veroorzaakte dit nogal wat deining bij de bevolking van de niet-Hollandse provincies. Met name op Facebook ontstond er flink wat beroering. Mensen die opkwamen voor respect voor hun eigen niet-Hollandse identiteit kregen het zwaar te verduren. Men vond het maar onzin, flauwekul, zelfs ‘gezeik’, dat mensen vielen over het gebruik van de naam Holland.

Hup Holland hup

Bij de Jumbo deed men het zogenaamd beter. Dat concern had de tekst: ‘Want wij zijn Oranje, wij zijn Nederland’. Schijn bedriegt echter, want wat staat er prominent op de das van de filiaalchef? ‘Hup Holland hup’. Een tekst die nog stamt uit de oertijd van het betaald voetbal, maar die inmiddels natuurlijk al lang achterhaald zou moeten zijn.

Of het gebruik van de naam ‘Holland’ voor Nederland nou voortkomt uit arrogantie van de Hollanders of uit een minderwaardigheidsgevoel van de niet-Hollanders, het wordt tijd dat aan deze discriminerende benaming een eind komt. En langzaam maar zeker gebeurt dat ook.

Superbrabants

Kristel Doreleijers, een jonge, bevlogen onderzoekster uit Eindhoven, heeft een aantal jaren het taalgebruik van Noord-Brabantse jongeren bestudeerd. In 2024 promoveerde zij aan Tilburg University op dit onderwerp met de titel ‘Styling the Local’. Op 12 mei van dit jaar verscheen een populaire ‘vertaling’ van haar proefschrift, met als titel ‘Superbrabants’. Dit zeer goed leesbare, maar ontzettend belangwekkende boekje lijkt nu al een bestseller te worden.

Kristel toont in beide boeken aan, dat veel Noord-Brabantse jongeren een eigen soort Brabantse streektaal spreken. De meesten hebben van huis uit geen Brabants dialect meer meegekregen. Ze kennen lang niet meer alle dialectwoorden uit hun geboortestreek en ze kennen zeker niet meer de bijbehorende grammatica. Maar ze willen wel Noord-Brabants klinken en overkomen, want ze willen door middel van hun taalgebruik aangeven dat ze als Noord-Brabanders, welke huidskleur of afkomst ze ook hebben, bij elkaar horen. Het behoort bij hun identiteit om Noord-Brabanders te zijn. Kristel Doreleijers noemt hun taal ‘Superbrabants’. 

De belangstelling van de wetenschap, maar ook het groeiend zelfbewustzijn van de Noord-Brabanders, zorgen ervoor dat de Noord-Brabantse dialecten flink in opmars zijn. Mensen schamen zich niet meer voor hun dialect, maar genieten er weer steeds meer van om hun eigen echte moedertaal te spreken en zelfs te schrijven.

Reacties zijn van harte welkom op het adres: luysterburg01@gmail.com .

.

Brabants boekske 2026