
Verzetsstrijdster Leentje van Elst
AlgemeenROOSENDAAL - REGIO - Leentje van Elst wordt geboren op 16 april 1921 in de gemeente Roosendaal en Nispen als oudste dochter van de Roosendaalse brievenbesteller Pieter Teunis van Elst en dienstbode Dirkje Maria Leentje Bakker. Na Leentje worden in het gezin nog Pieter Teunis van Elst (Piet) en Marie van Elst (Riet) geboren. Riet huwt met A.J. (Adrie) van Kaam te Roosendaal. Uit dit huwelijk wordt in 1955 Leentje van Kaam geboren.
Leentje van Elst overlijdt op 26 maart 1945 (pas 23 jaar oud en ongehuwd) in gevangenschap nabij Hirzenhain in Vogelsberg (D). Vier dagen later bereiken US militairen Hirzenhain! Zij wordt anoniem begraven op de begraafplaats van Hirzenhain. In 1959 volgt de herbegrafenis op de Kriegsgräberstatte van het klooster Arnsburg te Lich-Arnsberg (D). Hier rusten 453 doden (concentratiekampgevangenen, Sovjet-krijgsgevangenen maar ook Wehrmachtsoldaten en SS-ers). Leentje is begraven in een van de graven van ”Unbekannten Kriegstoten” met nummer 291-339 en 347-384. Waarom en hoe Leentje hier terecht kwam leest u hieronder.
Thuis in Roosendaal
Het gezin Van Elst woont tijdens de oorlogsjaren in de Groenstraat 46 te Roosendaal. Leentje groeit hier op. Zij gaat naar de Openbare Lagere school en vervolgens naar de Openbare MULO in Roosendaal. Zij beheerste waarschijnlijk meerdere talen. Leentje houdt van gedichten, zingt in het Christelijk koor “Excelsior” en speelt viool. De moeder van Leentje was zich erg bewust van het belang van een goede opvoeding en scholing van haar drie kinderen. Leentje borduurde veel en mooi. In huis waren tijdens de oorlog onderduikers, soms ook Engelsen! De grote tuin van de woning was bij haar vader in gebruik voor groenteteelt (voor eigen gebruik en verkoop) en groentezaadveredeling. Bij het achterpoortje van de tuin stonden altijd Duitse soldaten op wacht. Waarom? Onbekend. Haar moeder bood de Duitse soldaten soms koffie aan. Leentje oefende zo ook thuis haar taalvaardigheid Engels en Duits.
Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie & Telefonie (PTT).
Leentje gaat werken als telex-typiste bij de afdeling Technische dienst van de PTT en raakt betrokken bij de West-Brabantse verzetsgroep WIM. Niet vreemd als je weet dat zij onrecht niet kan verdragen. In 1943 dwingen de Duitsers de verplaatsing af van het Haagse PTT-hoofdkantoor naar Arnhem, vanwege de bouw van de Atlantikwall langs de kust van Scheveningen en Den Haag. Leentje verhuist naar adres Veluwestraat 32 of 41 te Arnhem (32 volgens Duitse bron; 41 volgens het nationaal archief). Mogelijk is mejuffrouw van Elst in Arnhem “op kamers”. Leentje is dan al actief betrokken bij het verzet. Zij kopieert belangrijke Duitse geheime dienstorders en berichten met behulp van carbonpapier. Dit goed leesbare blauwe carbonpapier wordt niet vernietigd maar heimelijk aan het verzet in West-Brabant doorgespeeld. De zo door haar verzamelde en doorgegeven “blauwtjes” zijn voor de geallieerde oorlogsvoering en het verzet (in Nederland en daarbuiten) van groot belang. Onder andere de geheime locatiegegevens van een bunker in Zeist (van waaruit Duitse onderzeebootstations in Rotterdam, Cherbourg (F) en St. Nazaire (F) werden aangestuurd) valt, dankzij Leentje, in geallieerde handen.
Verraad
In 1943 wordt door de Duitse contraspionage vanuit Den Haag intensief onderzoek gedaan naar het lek. Enkele verzetsgroepen worden tijdens dit z.g.n. “Englandspiel” opgerold. Meerdere verzetsmensen duiken onder of worden gearresteerd. Leentje en andere verzetsmensen zijn alert. Leentje wordt geschaduwd. Dit wordt opgemerkt door het verzet. Leentje wordt daarom gewaarschuwd maar kan niet meer tijdig onderduiken. In de nacht van 25 op 26 juli 1943 wordt zij door de Duitse Sicherheitsdienst (SD) gearresteerd. Werkgever PTT is, volgens documenten na de oorlog, onbekend met de redenen van haar arrestatie. In haar PTT boekje staat alleen “vermist” opgetekend.
Gevangenschap in Nederland
Leentje wordt in de strafgevangenis (het Oranjehotel) van Scheveningen gedetineerd. Daarna volgt overplaatsing naar de strafgevangenis in Haaren. In april, mei en juli 1944 is Leentje in dit kloostercomplex nabij Oisterwijk gedetineerd. Daarvan getuigen enkele door haar geborduurd handwerken met de tekst “Luctor et Emergo” en “When the war is over I’ll laugh for I have done my duty”. Leentje wordt in Haaren veroordeeld tot een gevangenisstraf en overgebracht naar kamp Vught. Via Utrecht wordt zij gedeporteerd naar Duitsland.
Gevangenschap in Duitsland
Leentje komt achtereenvolgens terecht in de gevangenis van Anrath, Düsseldorf, Ziegenhain, Wiesbaden en in Frankfurt-Hoechst. In september 1944 wordt Leentje overgebracht naar Frankfurt am Main. Op 21 maart 1945 arriveert zij, met 48 andere vrouwelijke strafgevangenen, in kamp Hirzenhain, een door de Gestapo geleid buitenkamp van het “Arbeitserziehungslager Heddernheim” in de deelstaat Hessen (D). Dan wordt besloten dit kamp te evacueren vanwege geallieerde troepen die het kamp naderen. De gevangenen wordt verteld dat zij worden vrijgelaten.
Op 25 maart krijgen zes mannelijke gevangenen opdracht in het bos langs de weg naar Giessen (op 800 meter van het kamp) een “Erschiessungsgrube” te graven. Er wordt de gravers echter verteld dat dit een benzinedepot moet worden. De volgende dag, 26 maart 1945, worden elf mannen (waaronder de gravers) en 76 geëvacueerde vrouwelijke gevangen (waaronder Leentje) naar de kuil gebracht en daar in kleine groepjes door een SS-commando, onder leiding van SS Hauptscharführer Emil Fritsch, met een mitrailleur doorgeschoten.
Ontdekking massagraf
Enkele dagen later wordt Hirzenhain bevrijd. In mei 1945 ontdekken de Amerikaanse troepen op aanwijzing van de lokale bevolking het massagraf. De identiteit van slechts een (1) Nederlandse vrouwelijke gevangene kan destijds met zekerheid worden vastgesteld. Alle overige vermoorde gevangenen worden vervolgens op het kerkhof van Hinzenheim anoniem begraven.
Inlichtingen gezocht
Op 23 juli 1945 wordt via een annonce in “De Maasbode” een namenlijst van meerdere gevangenen gepubliceerd, waaronder de naam van Leentje van Elst. Er worden inlichtingen gevraagd aan het lezerspubliek. Op 7.12.1951 wordt het overlijden van Leentje bij de burgerlijke stand van de gemeente Arnhem (haar laatste woonplaats) per akte onder aktenummer 495 en registratienummer 16679 in het overlijdensregister vastgelegd.
In 1955 is het verdriet om de verdwenen Leentje bij haar moeder ietwat weggesleten. Een kleinkind (Leentje van Kaam) wordt naar haar tante Leentje van Elst vernoemd. In 1963 ontvangt de familie van Elst een brief van een Russische kampvriendin van Leentje die tijdens de oorlogsjaren met haar gevangen heeft gezeten. Haar vraag “Hoe gaat het met je?”. Ook zij was onwetend van het noodlot dat Leentje had getroffen. Het Rode Kruis wordt vervolgens door de familie benaderd met vragen. Pas veel later wordt duidelijk wat er is gebeurd. Op basis van een gevangenenlijst wordt duidelijk dat Leentje een van de geëxecuteerde vrouwelijke gevangenen is.
Veroordeling
Na de oorlog wordt alleen Emil Fritsch vervolgd voor de moordpartij en in 1951 tot levenslange gevangenschap veroordeeld. In 1959 overlijdt hij in gevangenschap.
Postuum geëerd
Leentje van Elst was een van de 750 Brabantse verzetsstrijders die tijdens de 2e wereldoorlog omkwamen of werden vermoord. Zij werd op 15 september 1954 te Roosendaal postuum geëerd met de Belgische onderscheiding “Ridder in de orde van Leopold II met palm” en ontving postuum tevens het Oorlogskruis 1940 met palm. Haar naam staat vermeld op het Roosendaalse bevrijdingsmonument aan de Parklaan te Roosendaal, de stolperstein voor het pand Groenstraat 46 te Roosendaal en is opgenomen in onderstaande bronnen. Helaas is haar achternaam onjuist op de stolperstein weergegeven. De gemeente Roosendaal is hierover geïnformeerd.
Bronnen: Nationaal archief, gedenkboek 37 van de Kriegsgräberstatte Lich-Arnsberg (D), publicatie Oorlogsgravenstichting, www.brabantsegesneuvelden , Erelijst van gevallenen 1940-1945, www.wo2slachtoffers.nl , www.netwerkoorlogsbronnen.nl , www.onderscheidingen.nl, publicatie Heemkundekring Roosendaal & Nispen (mei 1995), publicatie John Braat “Ere wie Ere toekomt” onder de titel ”Onbekend, onbemind Oranje (2009) en familie Van Elst en Van Kaam.

















