
Dialect verbindt generaties
AlgemeenOp woensdag 8 juli jongstleden ontving ik van Corry Musters-Hendrikx (76) uit Etten-Leur een link naar een artikel in het blad van de Rabobank aldaar. Ze was geïnterviewd, samen met haar kleinkinderen Esmay (15) en Lorenzo (12) en hun moeder Sandra Musters(43), de dochter van Corry.
Ik ken Corry, omdat ik haar een aantal jaren geleden heb geïnterviewd voor het tijdschrift Brabants. Bovendien heeft ze later een dialectverhaal voorgedragen tijdens het West-Brabants Dialectcafé in Ossendrecht.
Corry is een bevlogen promotor van haar dialect. Ze heeft de leiding over de dialectwerkgroep van heemkundekring Jan Uten Houte in haar woonplaats en in die hoedanigheid houdt ze dialectgesprekken met plaatsgenoten, die ze daarna een plaatsje geeft op de site van de heemkundekring.
Standaardnederlands
Net als veel mensen in die periode heeft Corry haar kinderen opgevoed in het Standaardnederlands en niet in het dialect of tweetalig, hoewel ze zelf thuis alleen maar dialect had horen spreken. De algemene opvatting was toentertijd, dat je als dialectspreker dom overkwam en dat dit zeker een belemmering was voor een gedegen studie en een goede baan. Helaas zijn er nog steeds veel mensen die deze volstrekt achterhaalde opvatting huldigen. Dochter Sandra heeft daardoor vanzelfsprekend haar zoon en dochter niet het Etten-Leurs dialect aangeleerd. Integendeel, de twee kleinkinderen groeien op in een totaal andere wereld, waarin Engels vanzelfsprekender is dan het dialect van oma.
Auteur Guus Peters en fotograaf Merlijn Doomernik produceerden naar aanleiding van genoemd interview een boeiend artikel, waarin een duidelijk beeld wordt geschetst van de verschillen tussen de opeenvolgende generaties, met name wat betreft de dialectbeoefening. Het ene moment wordt tijdens het gesprek gezegd: “Ge moet affeseren”, terwijl even later “I don’t know” te horen is.
Voorlezen
Als Corry een dialectverhaal voorleest, luisteren de kleinkinderen Esmay en Lorenzo aandachtig. Aan hun gelaatsuitdrukking valt af te lezen, dat ze regelmatig woorden herkennen, maar dat ze ook vaak geen flauw benul hebben van wat ze hebben beluisterd. Met hun vrienden en vriendinnen spreken ze immers voornamelijk Engels, terwijl dat meestal ook de voertaal is tijdens het gamen. Sandra zit er tussenin, want ze verstaat het dialect van haar moeder, maar kan ook goed in het Engels communiceren met haar kinderen. Zelf hamert ze er bij haar kinderen op, dat ook de Nederlandse taal voor hen belangrijk is.
Je zou dan ook denken, dat de ‘talenkwestie’ een grote afstand tussen de generaties tot gevolg zou hebben, maar het tegendeel is waar. De verschillen in taalgebruik zorgen juist voor verbinding. “Als we een woord niet begrijpen, dan vragen we het gewoon.”
Corry vindt het leuk om haar kleinkinderen af en toe wat dialect te laten horen, hoewel ze heel goed begrijpt dat de wereld sterk verandert en dat de jongere generaties met hun tijd meegaan.
Thuis
Voor Corry zelf is het West-Brabants dialect veel meer dan een taal. “Het is gevoel, nostalgie, thuis.” Ze spreekt uit ervaring, want ze heeft twintig jaar in de zorg gewerkt. Wanneer ze bezig was met het verzorgen van ouderen, merkte ze dat die zich veel meer op hun gemak voelden als ze in het dialect terugpraatte. Zodanig zelfs, dat die mensen zich veel meer open durfden te stellen, wat natuurlijk niet alleen het contact uitermate bevorderde, maar ook het effect van haar zorgactiviteiten.
Corry zou het ontzettend jammer vinden als het dialect helemaal zou verdwijnen. Daarom doet ze, samen met haar geestverwanten binnen de heemkundekring, haar uiterste best om ervoor te zorgen, dat haar streektaal wordt vastgelegd, bewaard en doorgegeven. Haar vaste overtuiging is, dat taal verbindt. En daarin heeft ze uiteraard volkomen gelijk. De functie van taal is juist om goed met elkaar te kunnen communiceren, waardoor automatisch een gevoel van verbondenheid met elkaar ontstaat. Toch vreest Corry, dat haar acties eigenlijk een beetje ‘trekken aan een dood paard’ zijn. Zij denkt dat over niet al te lange tijd haar dialect volledig verdwenen zal zijn.
Terecht?
Samen met veel jonge taalkundigen ben ik het met die laatste uitspraak niet eens. De West-Brabantse dialecten zijn zomaar niet verdwenen. Met name bij de Noord-Brabantse jongeren constateren zij, dat het Brabants springlevend is. Weliswaar kennen ze veel woorden niet meer en hoe het zit met de grammatica gaat ver boven hun pet. Maar de Brabantse klanken en het saamhorigheidsgevoel dat daardoor ontstaat zijn voorlopig onverwoestbaar. Mede dankzij oma’s als Corry Musters-Hendrikx.
Tot de volgende keer!











