Afbeelding

Durgaon meej diejelekt? Jao!

Algemeen

Na 270 dialectcolumns in De Halsterse Krant & De Zuidwestkrant ontving ik voor het eerst een negatieve reactie: ‘Beste heer, ik zag uw bijdrage in de Halstersekrant. Gelezen heb ik het niet. Ik ben geboren en getogen Bergenaar en woon al bijna 30 jaar in Halsteren maar ik kan van dit zgn dialect geen chocola maken. Wie denkt u nou hier een plezier mee te doen? Je kan het ontcijferen door het hardop voor te lezen. Maar dan halveert je leesnelheid wel. Hier zit toch niemand op te wachten! Kenmerk van een dialect is ook dat het niet als geschreven woord bestaat. U verzint het maar. Doe normaal en schrijf gewoon ABN dan wordt het wellicht gelezen.’

Toevallig ontving Cor Swanenberg (Berlicum) een soortgelijke reactie. Cor heeft al 25 jaar een wekelijkse dialectrubriek in De Brug, een huis-aan-huiskrant in de regio waar hij woont. Een lezer had ten onrechte begrepen dat Cor ermee zou stoppen en hij gaf aan dat hij daar erg blij om was.

Ik geef u graag door wat de reactie hierop van Cor Swanenberg was: ‘D’r waar d’r ok inne, ik zal de naam van dieje klippel mar nie noeme, die liet weete da-t-ie blij waar da’t eindelijk mi menne klèts gedaon waar en da’t hog tijd waar da’k’s ophiel mi m’ne zeever. Ge begrept zeker wel da’k dieje minkuukel noit van ze leeve nie blij zal maake. Zen opmèrking kan men gin klap schille. Van die miezermènnekes die ’t verstand nie hebben um èige taol en kultuur te wardeere, hoef ik m’n èige toch niks òn te trekke. Ik gò vurloopig lèkker deur, want ik kan m’n vaaste leezers nie in de steek laote. Ik gò d’r godsgloeiend gruts op dè’k nog alt zóveul volgers heb. Ons veurnimmen mag dus duidelijk zen: durgaon!’ 

Zo, die zit! Maar ook ik kreeg veel positieve reacties, waar ik uiteraard bijzonder blij mee ben. En ik wil ook graag zelf reageren in de richting van de heer Van Loon, de schrijver van het gewraakte berichtje.

Eerst heb ik even getwijfeld of ik de heer Van Loon wel serieus moest nemen. Meende hij wat hij schreef of wilde hij mij eens uitdagen? Ik heb toch maar besloten om uit te gaan van het eerste.

Het berichtje van de heer Van Loon geeft aan, dat hij er geen flauw benul van heeft, dat de dialecten een belangrijk stuk cultureel erfgoed vormen. Ze zijn veel ouder dan het Standaardnederlands. Het huidige Nederlands is trouwens voortgekomen uit vroegere dialecten. Alleen al het feit dat de heer Van Loon nog de discriminerende term ABN (de afkorting voor Algemeen Beschaafd Nederlands) gebruikt geeft aan, dat hij op taalkundig gebied kennelijk al tientallen jaren onder een steen ligt. De Brabantse dialecten zijn net zo beschaafd als het Standaardnederlands, meneer Van Loon!

Omdat het Standaardnederlands veel jonger is dan de Nederlandse dialecten, is die taal ook veel armer. Mensen als Wim Daniëls wijzen er al vele jaren op, dat de Brabantse dialecten ongeveer twee keer zo veel klanken kennen als het Nederlands. In de dialecten zijn er ook veel meer woorden, vooral wanneer het gaat om het uitdrukken van gevoelens. En ze hebben veel meer spreekwoorden en uitdrukkingen. Het verdwijnen van de dialecten zou dan ook een enorme verarming betekenen.

De dialecten verdwijnen echter voorlopig nog lang niet. Taalwetenschappers constateren dat ook de huidige jeugd nog volop dialect spreekt. Natuurlijk, er zijn woorden die verdwijnen. Bijvoorbeeld omdat bepaalde voorwerpen niet meer gebruikt worden. De dialecten zijn levende talen en die veranderen in de loop van de tijd. Maar veranderen is niet hetzelfde als verdwijnen.

Ik waardeer uw eerlijkheid, meneer Van Loon, maar er zijn gelukkig weinig mensen die het met uw standpunt eens zijn. U hoeft deze rubriek niet te lezen, maar u mag honderden mensen niet dit pleziertje misgunnen. 

Ik woon in Hoogerheide en ga daar geregeld te voet boodschappen doen of een eind wandelen, samen met mijn vrouw. Er gaat geen wandeling voorbij of ik word wel aangesproken onderweg door iemand die even wil meedelen dat hij of zij elke week mijn dialectrubriek leest.

Tijdens de drukbezochte nieuwjaarsreceptie in het gemeentehuis van Woensdrecht zijn tientallen mensen naar me toe gekomen om hun waardering voor mijn rubriek uit te spreken. Er was zelfs een mevrouw uit het Belgische Kapellen bij, die me vertelde, dat ze elke week in Putte de Zuidwestkrant gaat ophalen omdat ze mijn dialectrubriek niet wil missen.

De Brabantse dialecten zijn springlevend. Niet voor niets bereikt het Brabants boekske dit jaar een record met 57 ingezonden dialectverhalen en -gedichten. Overal worden dialectcafés en dialectdictees georganiseerd. En wat te denken van de overweldigende belangstelling voor de dialectschrijflessen in Roosendaal!