
De vrouwen doen hier het echte werk!
AlgemeenMOERSTRATEN - “Wat een rare koptekst” zullen meerdere lezers denken. Maar de kop ‘De vrouwen doen hier het echte werk!’ dekt echt de lading van het verhaal. Nieuwsgierig geworden? Lees verder.
Reacties. We interviewen de Moerstraatse tomatenteler Peet Withagen op maandagochtend 9 februari jongstleden. Voor we hem onze inhoudelijke vragen voorleggen willen we graag even weten of hij nog reacties heeft gehad op het januari-verhaal met de titel “Onder het glas kijken!”
Peet: “Alleen maar positieve reacties. Daaruit bleek dat De Krant goed gelezen wordt. Zelfs mijn buurman weet nu hoe mijn vader en moeder, en ook ik, hier ooit zijn begonnen. Op de sportschool werd ik ook op het interview aangesproken. Veel mensen hadden dat van mij niet verwacht. De alleen maar positieve reacties had ik niet verwacht!
Eerst foto’s maken. Het is rond 10.00 uur en Peet is net uit de kas komen lopen. Hij stelt voor om eerst even door de kas te lopen en enkele foto’s te maken. Als we de kas inlopen is de prettige wat zoete tomatenlucht te ruiken. Peet: “Dat ruik ik niet want ik heb net met chloor de watergoot behandeld. Dat voorkomt dat we bacterievorming in het water krijgen. Bacteriën zijn voor de plantgezondheid natuurlijk niet goed.”
Groei en bloei. Het eerste interview vond plaats op 31 december 2025. We zijn inmiddels zes weken verder. Wat direct opvalt is dat de tomatenplanten enorm gegroeid zijn. Er zijn gele bloemen zichtbaar en zelfs al groene tomaatjes. Peet: “Ja, de groei zit er nu goed in. Per week groeien de planten met 30 centimeter! We zitten nu in de periode die we ‘Halfwas’
noemen. De eerste planten stonden al op 5 januari in de bloei.”
Na de ronde door de kas praten we, onder het genot van een bakje koffie, in de kantine verder. Die is inmiddels helemaal leeg want de medewerkers hebben de pauze erop zitten en zijn weer in de kas aan de slag gegaan.
Hoe verloopt die vroege plantengroei eigenlijk? Peet: “We proberen als teler de tomatenplant in de overlevingsstand te krijgen. Dat doen we door elke dag de plant te sturen door met de temperatuur en watertoevoer ‘te spelen’. Een plant in de overlevingsstand heeft maar één biologische opdracht: nakomelingen voortbrengen. En laat nu die nakomelingen (de zaden) in een tomaat zitten. Daaraan vooraf is natuurlijk de bloemzetting van de tomaten een belangrijk punt van aandacht. Want alleen bij bestuiving met stuifmeel vormt de plant tomaten. Vroeger waren wij als telers zeven dagen per week (van 09.00 tot 12.00 uur) druk met stuifmeel trillen of met een stok tegen de gewasdraden aan te tikken. Dat werk wordt nu gedaan door mijn trouwste medewerkers!”
De dames doen het werk. Peet: “Mijn trouwste medewerkers zijn vrouwelijke hommels. Deze gekweekte insecten verspreiden het stuifmeel. Het stuifmeel van tomaten is eentonig, niet voedzaam en dus voor insecten niet verleidelijk. Gelukkig zijn hommels minder kieskeurig en voeren zij trouw hun plantenbevruchting taak uit. Best veel werk als je beseft dat hier nu 190.000 stengels met meerdere bloemtrosjes per stengel staan. Er staan nu 20 kastjes met hommels in de kas. Tot zeker in week 35/36 komen er per week steeds 12 nestkastjes met hommels bij! De 1.5 liter suikerwater in elk nestkastje voedt de hommels. “Een kastje hommels gaat zo’n 20 weken mee. Dan sterft de koningin en vervolgens sterven ook de werksters. Een natuurlijk proces waarbij de hommels een mooi leven hebben.”
Biologische bestrijding. Peet: “Ik bescherm de teelt en de hommels door bij plagen (denk dan aan witte vlieg, spint en rupsen) en gebreken (plantenziekten) alleen gerichte biologische bestrijding in de kas toe te passen. Insecten worden met andere insecten bestreden. Ik zet bijvoorbeeld roofmijten en wantsen in. Die voer ik door om de 20 plantenrijen het blad te voorzien van voedingspoeder. Zo ontwikkelen de roofmijten zich goed en kunnen ze vol aan de bak vanaf mei/juni. Door de open ramen en hogere temperaturen neemt de insectendruk toe. Ik kan er zo van op aan dat ze hun nuttige werk ook echt goed aankunnen. In de kas hangen per hectare 10 gele vangplaten. Die worden wekelijks visueel gecontroleerd door mijn bedrijfsleider en elke twee weken door een externe bioloog. Ik hanteer een Zero Tolerance beleid. Is er ergens een insect op een gele plaat, dan start de biologische bestrijding. Dat voorkomt dat het probleem niet meer beheersbaar wordt (met alle gevolgen van dien voor de planten en de teeltopbrengst)”.
Mannen drinken alleen maar. Tijdens de rondleiding door de kas valt op dat er op allerlei plaatsen niet alleen geplukt los blad maar ook flinke planten met bloeiende bloemen op de reservebank staan. Waarom is dat? Peet lachend: “Ik heb de afgelopen weken zo’n 250-300 planten gewisseld voor nieuwe exemplaren. Voor een deel zijn dat mannelijke planten geweest. Die drinken alleen maar water en maken blad aan zonder dat ze zorgen voor nageslacht (lees: tomaten). De reserveplanten vullen de gaten op die ontstaan bij het verwijderen van deze drinkebroers.”
Afsluitend: Hoe ziet jouw technische teeltdag er uit? Peet: “Een dag wordt ingedeeld in vier groeiperiodes met verschillende kastemperaturen. De voor-nacht start met zonsondergang en eindigt om 24.00 uur. Ik hanteer dan een temperatuur van 14 graden. De na-nacht start om 00.00 uur en eindigt bij zonsopgang. De temperatuur varieert tussen 14 en 18 graden. Het (basis) dagklimaat vangt aan bij zonsopgang met temperaturen die variëren van 18 tot 20 graden en eindigt om 12.00 uur. Van 12.00 tot zon onder is de temperatuur gekoppeld aan de lichtintensiteit. Gemiddeld is de temperatuur dan 25-26 graden. Gisteren (red. zondag 8 februari) was de temperatuur overdag 25 graden en stond de vierde tros in bloei. Dat is het resultaat van een uitgekiende combinatie van natuurlijk licht, warmte, water en voedingsstoffen en de hulp van hommels en mijn mannelijke en vrouwelijke medewerkers!”


















